Stil ligt ze in haar bedje. Ze durft bijna niet te bewegen, bang als ze is om gehoord te worden. Beneden zijn papa en mama weer aan het ruzie maken. En natuurlijk, denkt ze, gaat het weer om haar. Zij heeft natuurlijk weer wat fout gedaan. Want papa en mama zijn niet boos op elkaar, kunnen natuurlijk niet boos op elkaar worden. Zij houden van elkaar. Dat zeggen ze steeds tegen haar. En nu is papa weer boos op mama. Omdat mama haar niet genoeg straft. Maar daar kan mama niets aan doen. Dat was zij, in die winkel, die op de grond ging liggen huilen, omdat ze niet dat lekkere snoepje kreeg. En mama had toch dat reepje aan haar gegeven en nu is papa boos op haar. En dat is niet eerlijk. Maar het is ook niet leuk voor papa, bedenkt ze. De hele dag heeft hij op zijn werk gewerkt. En nu is hij thuis en dan is er ook weer iets gebeurd wat niet goed is. En niet leuk. Want papa heeft het steeds erg druk op zijn werk. Moet heel veel doen en daar wordt hij heel erg moe van. Dat zegt hij steeds tegen haar. Want als ze dan vraagt of hij met haar wil spelen dan is hij te moe en dan wil hij niet. Maar dat geeft niet, vindt ze, want hij hoeft niet nog meer moe te worden.
Ze hoort dat mama moet huilen. Heel erg hard huilen. En dan zegt papa dat ze dat niet moet doen anders hoort zij het boven. Zelf kan ze niet meer huilen. Ze hebben zo vaak ruzie dat ze het eigenlijk niet meer zo erg voor haar vind. Alleen nog voor papa en mama. En ze is ook een beetje bang. Want ze wil niet dat ze uit elkaar gaan. En als ze het niet zo goed hoort dan is het er misschien ook niet. Of misschien wel niet zo erg.
Plotseling is het stil. Heel erg stil. Ze hoort alleen mama nog een beetje snikken. Maar dat is ook heel moeilijk. Ineens moeten stoppen met huilen. Dat kan zij ook niet. En dat wordt papa nog bozer op haar. Maar hij weet zelf niet hoe moeilijk dat is. Want hij doet het zelf nooit. Huilen. Papa’s huilen toch niet, gekkie. Ze verwijt het zichzelf dat ze dat denkt. Ze vindt het altijd raar dat grote mensen zo snel weer kunnen stoppen met schreeuwen en vechten. Dan is het ineens helemaal stil. Als zij met haar buurmeisje ruzie maakt dan gaan ze heel lang door. En dan gaan ze ook boos naar huis. Vaak moet haar buurmeisje huilen. Maar dat kan ze niet meer. Vind ze een beetje kinderachtig. Ook van mama. Zo erg is het toch niet. Want nu zijn ze alweer stil. Dus een hele erge ruzie hebben ze niet gehad. Het lijkt wel alsof ze ineens geen woorden meer kunnen vinden. Nou, dan moet zij eens wat fout doen zeg. Dan praten ze maar door. Dan hebben ze genoeg woorden om tegen haar te zeggen hoe stom ze is geweest. En hoe dom ze is geweest. En hoe erg het is voor papa en mama dat ze dat heeft misdaan. Want daarmee doe ik ze heel veel verdriet. En dat moet ik niet willen zegt papa altijd. En nu heb ik mama verdriet gedaan en dus ook papa een beetje.
Ineens bedacht zij zich dat zij morgen maar even met papa moest gaan praten over wat er was gebeurd in de winkel. Dat zij mama verdriet had gedaan en dat mama daar niets aan kon doen, eigenlijk. Dus dat papa niet boos moet zijn op mama. En dan hoeven ze geen ruzie meer te maken.
Voldaan over hoe ze dit zou gaan oplossen draaide ze zich om en sloot haar ogen. Morgen zou ze met papa praten. Morgen zou alles anders worden.
woensdag 13 oktober 2010
Ferrari-gevoel
Het Ferrari gevoel. Wie kent het niet. Dat Ferrari gevoel. Ze maken de auto’s zo mooi dat ze wel met liefde voor het vak en de mythe gemaakt moeten zijn. En als men iets met liefde vervaardigd wil men vaak ook dat iedereen daar van kan genieten en het kan zien. Dat betekent weer dat Ferrari’s gemaakt worden om geliefd en bekeken te worden. En iedereen mag ze zien. Arm of rijk, man of vrouw. Ze mogen allemaal voelen hoe het is om naar een Ferrari te mogen kijken. En dat gevoel delen we met zijn allen. Ferrari is niet alleen een automerk. Het is een icoon. Het embleem van het steigerende paard (Cavallino Rampante) op de gele (van de geboortestad van Enzo, Modena) achtergrond Voor iedereen herkenbaar. Er is, naast Coca Cola, geen ander symbool in de wereld die meer herkenbaar is als die van Ferrari. Synoniem voor snelle sportwagens met historie.
Alles wat Ferrari maakt is mooi, vernuftig en vernieuwend. Perfectie wordt vervaardigd in Maranello. Zonder concessies te doen aan de geest van Enzo leeft de mythe verder in de kunstwerken van vandaag. En toch ook verrassend. Niet ieder model is een logisch gevolg op zijn voorganger, zoals Porsche. Niet ieder model is zo extravagant dat je er niet in gezien wilt worden, zoals de Lamborghini of Koenigsegg. Het zijn modellen die op een catwalk zouden kunnen lopen die opvallen door precisie, perfectie en hun unieke karakter.
Zo wil het iedere Ferrari liefhebber het gevoel geven dat ze erbij horen, dat die auto’s ook voor hen gemaakt kan zijn. Afstand is eigenlijk teruggebracht tot een venster van waarachter wij de schoonheden mogen bewonderen. Maar wel op afstand. Door met respect kennis te nemen van de man en zijn mythe. Door met respect te kijken naar de vloeiende bewegingen als dit wonder voorbij komt razen. Door met respect het geronk van de motoren te voelen in je onderbuik. Door met respect afstand te bewaren, het hoofd te buigen en jezelf nederig genoeg te voelen dat je slechts mag bewonderen. Dan pas word je verzoend met het idee dat die afstand er altijd zal zijn. En zo zou het altijd moeten blijven.
Alles wat Ferrari maakt is mooi, vernuftig en vernieuwend. Perfectie wordt vervaardigd in Maranello. Zonder concessies te doen aan de geest van Enzo leeft de mythe verder in de kunstwerken van vandaag. En toch ook verrassend. Niet ieder model is een logisch gevolg op zijn voorganger, zoals Porsche. Niet ieder model is zo extravagant dat je er niet in gezien wilt worden, zoals de Lamborghini of Koenigsegg. Het zijn modellen die op een catwalk zouden kunnen lopen die opvallen door precisie, perfectie en hun unieke karakter.
Zo wil het iedere Ferrari liefhebber het gevoel geven dat ze erbij horen, dat die auto’s ook voor hen gemaakt kan zijn. Afstand is eigenlijk teruggebracht tot een venster van waarachter wij de schoonheden mogen bewonderen. Maar wel op afstand. Door met respect kennis te nemen van de man en zijn mythe. Door met respect te kijken naar de vloeiende bewegingen als dit wonder voorbij komt razen. Door met respect het geronk van de motoren te voelen in je onderbuik. Door met respect afstand te bewaren, het hoofd te buigen en jezelf nederig genoeg te voelen dat je slechts mag bewonderen. Dan pas word je verzoend met het idee dat die afstand er altijd zal zijn. En zo zou het altijd moeten blijven.
Mijn WK finale
Sinds een zevental seizoenen staat mijn leven in het teken van de voetbalhobby’s van mijn drie kinderen. Om als gescheiden vader betrokken te blijven meldde ik mij aan als leider voor het team van mijn oudste zoon en tot op de dag van vandaag vervul ik die functie. Nu wel in het team van de jongste en naast het leiderschap vervul ik nog meer functies, de betrokkenheid is nog steeds groot. In die jaren leer je hoe kinderen naar voetbal kijken, de omschakeling na een wedstrijd is fenomenaal. Als de ouders zitten na te praten zitten de kinderen achterin de auto elkaar uit te nodigen om te komen play-stationnen. Je leert ze te motiveren, ook als de resultaten uitblijven of ronduit slecht zijn. Je leert ze genieten van voetbal, van het spel maar ook van de sociale aspecten erom heen. Je deelt de passie met ze, de liefde voor een club, een speler en voor het spel. Zondagavond, 1900 uur één keer in de twee weken, is voor hen en mij. Je troost ze als ze weer eens verloren hebben door ze voor te schotelen dat ze voetballen om te léren voetballen. Na verlies kun je immers alleen maar winnen. En af en toe pak je ze op. Als ze gevallen of neergehaald zijn. Dan bied je ze een helpende hand, aait een keer over de zere plek en zegt dat ze moeten proberen te verbijten en door te gaan. Je staat aan de zijlijn en ziet ze groeien, als kind, als persoon en als voetballer. Ze komen in selectieteams, voetballen zich naar de hoofdklasse en staan steevast in de basis als belangrijke pilaar in hun teams. Dat is, gezien de situatie, een enorme, mooie ervaring. Zo nu en dan betrap ik mijzelf op kippenvel en natte ogen na een mooie actie of een gewonnen wedstrijd. Geluk zit in een klein hoekje.
Enkele weken geleden zaten mijn ex en ik de agenda door te nemen om de planning van de komende vakantieperiode op elkaar af te stemmen. Om represaillemaatregelen te voorkomen is mijn meegaandheid soms op het slijmerige af. Wat zij voorstelt, ondanks afwijkingen in gemaakte afspraken, aanvaard ik. De motivatie dat ik geniet van de kinderen als ze bij mij zijn is niet afhankelijk van agenda’s of gemaakte afspraken. Op dat moment was er nog geen zekerheid dat het Nederlands elftal zich zo uitmuntend door het WK zou manoeuvreren en was ik eigenlijk niet zo bezig met het delen van mijn ervaringen over het WK met mijn kinderen omdat het vertoonde spel daartoe geen aanleiding gaf. Alleen de wedstrijd Nederland - Japan had ik kunnen zien met mijn jongste zoon. Voor de rest bespraken we de wedstrijden wel als ze bij ons waren. Nu naderde de finale en plotseling besefte ik mij dat ik het weekend voor de vakantie geruild had met mijn ex. Het weekend waarin het Nederlandse elftal de finale zou spelen tegen Spanje, mijn andere favoriet. Dat besef tackelde mij op Bommeliaanse wijze. Hard, meedogenloos, maar zuiver op de bal. Mijn nederigheid had mij weer eens parten gespeeld, ik lag geblesseerd op het veld en er was niemand die mij oppakte en bemoedigend toesprak. Het besef dat dit soort dagen, dit soort wedstrijden, dit soort eraringen maar één keer in de vier jaar voorkomen of zelfs maar één keer in tweeëndertig jaar maaide het geluk voor mijn voeten weg. Ineens had de finale voor mij geen waarde meer. Ik had al het voetballeed en geluk met mijn kinderen gedeeld, maar deze dag weggegeven aan mijn ex. Wat het resultaat ook zou zijn, wereldkampioen of tweede, voor mij was het bij voorbaat al een verliespartij. Ik leefde met de gedachten om te genieten van mijn kinderen als ze er wel waren en niet te treuren om de tijd dat ze er niet waren, maar met het besef “alleen” naar de finale te moeten kijken, kwam ook de vergelding. Was er voor de meeste ouderen onder ons de frustratie van twee verloren finales ergens in een grijs verleden, voor mij gold dit als de derde. Ik kon, dat wat ik deelde met mijn kinderen, niet delen op het moment dat het live zou gebeuren.
Ik schrijf dit op de ochtend van 11 juli 2010. Wat het gaat worden in Zuid Afrika weet ik nog niet. Niemand weet dat op dit moment. Ik hoop op een mooie wedstrijd, op fantastisch voetbal en schitterende doelpunten. En als Nederland wereldkampioen wordt zal ik met natte ogen en kippenvel beseffen dat dit soort momenten gedeeld moeten worden met de mensen waar je het meest van houdt.
Enkele weken geleden zaten mijn ex en ik de agenda door te nemen om de planning van de komende vakantieperiode op elkaar af te stemmen. Om represaillemaatregelen te voorkomen is mijn meegaandheid soms op het slijmerige af. Wat zij voorstelt, ondanks afwijkingen in gemaakte afspraken, aanvaard ik. De motivatie dat ik geniet van de kinderen als ze bij mij zijn is niet afhankelijk van agenda’s of gemaakte afspraken. Op dat moment was er nog geen zekerheid dat het Nederlands elftal zich zo uitmuntend door het WK zou manoeuvreren en was ik eigenlijk niet zo bezig met het delen van mijn ervaringen over het WK met mijn kinderen omdat het vertoonde spel daartoe geen aanleiding gaf. Alleen de wedstrijd Nederland - Japan had ik kunnen zien met mijn jongste zoon. Voor de rest bespraken we de wedstrijden wel als ze bij ons waren. Nu naderde de finale en plotseling besefte ik mij dat ik het weekend voor de vakantie geruild had met mijn ex. Het weekend waarin het Nederlandse elftal de finale zou spelen tegen Spanje, mijn andere favoriet. Dat besef tackelde mij op Bommeliaanse wijze. Hard, meedogenloos, maar zuiver op de bal. Mijn nederigheid had mij weer eens parten gespeeld, ik lag geblesseerd op het veld en er was niemand die mij oppakte en bemoedigend toesprak. Het besef dat dit soort dagen, dit soort wedstrijden, dit soort eraringen maar één keer in de vier jaar voorkomen of zelfs maar één keer in tweeëndertig jaar maaide het geluk voor mijn voeten weg. Ineens had de finale voor mij geen waarde meer. Ik had al het voetballeed en geluk met mijn kinderen gedeeld, maar deze dag weggegeven aan mijn ex. Wat het resultaat ook zou zijn, wereldkampioen of tweede, voor mij was het bij voorbaat al een verliespartij. Ik leefde met de gedachten om te genieten van mijn kinderen als ze er wel waren en niet te treuren om de tijd dat ze er niet waren, maar met het besef “alleen” naar de finale te moeten kijken, kwam ook de vergelding. Was er voor de meeste ouderen onder ons de frustratie van twee verloren finales ergens in een grijs verleden, voor mij gold dit als de derde. Ik kon, dat wat ik deelde met mijn kinderen, niet delen op het moment dat het live zou gebeuren.
Ik schrijf dit op de ochtend van 11 juli 2010. Wat het gaat worden in Zuid Afrika weet ik nog niet. Niemand weet dat op dit moment. Ik hoop op een mooie wedstrijd, op fantastisch voetbal en schitterende doelpunten. En als Nederland wereldkampioen wordt zal ik met natte ogen en kippenvel beseffen dat dit soort momenten gedeeld moeten worden met de mensen waar je het meest van houdt.
Bedoeninkje
Het Bedoeninkje in Dirkshorn. Daar heb ik gewoond. En daarmee is eigenlijk ook alles direct gezegd. Was ik daar gelukkig? Aaargghh. Nee, niet echt. Was ik daar dan ongelukkig? Aaargghh. Nee, niet echt. Toen ik daar woonde hoopte ik dat ik in de vergetelheid zou verdwijnen. Maar tevens was het het ultieme vrijheidsideaal. Het was er fantastisch en tevens een grote puinhoop. Het was er mooi en afgrijselijk tegelijk. Het was gezelligheid door het aantal mensen wat daar woonden en tevens was het eenzaam door het aantal mensen wat daar woonden.
Om de situatie te schetsen. Wij woonden in een huis dat eigenlijk niet zo bijzonder was. Wij, in de vorige zin, waren de lichamelijk en geestelijk beperkte mensen die met mijn vader en een aantal anderen mee waren gegaan, of genomen, maar dat is irrelevant, om ergens een leefgemeenschap te gaan beginnen. Tegenwoordig heet dat een zorgboerderij. Zij, dus, woonden in een gewoon huis. Daar haaks op stond een oude paardenstal die mijn vader had omgebouwd tot woonhuis. Alles van hout. Een zitkuil met een honderd tachtig graden bank. Houten meubelen en boven een aantal slaapkamers met op die van ons nog een heel klein slaapzoldertje. Eigenlijk niet meer dan een vloertje vastgespijkerd aan de houten dakspanten waar een matras op lag. En soort eenpersoons huttent vastgeklonken aan het dak. Doodeng vond ik het daar en spannend tegelijk.
Verder op het terrein stonden een aantal oude kippenhokken. En een oude circuswoonwagen. Ook stond er een oud hok waar een soort klein woonhuisje van gemaakt werd. Later waren mijn broers de gelukkigen die daarin mochten slapen.
Het was daar zo gezellig omdat het een avontuur was. Altijd bezig met de bomen en buitenspelen. Natuurlijk gingen we naar school maar daarna was er spel en vertier in de open ruimte. ’s Morgens haalden we aan de overkant bij de boer een kan met verse, warme koeienmelk en aten Cornflakes. Dan werden we naar school gereden in een fantastische Rover P5. Gekocht voor de olie crisis, maar wij bleven daarin rijden toen de oliecrisis ongenadig op ons neer kwam. Het was midden jaren zeventig en dat ding deed drie kilometer per liter. Prachtig hout van binnen, een enorm stuur, heerlijke lederen fauteuils en grote klokken. We voelden ons koningen als we op het schoolplein uitstapten. We speelden op en in een oude bakfiets van een echte bakker. Een grote houten bak op een stalen frame. In de circuswoonwagen woonde iemand maar toch kwam je er graag. We bouwden vlotten van plastic tonnen om in de sloot te varen. Er waren beesten. Een pony, honden, katten. Er waren mensen, altijd. Normaal of beperkt. ’s Avonds werd ons voorgelezen uit de Scheepsjongens van Bontekoe, waarna je nooit meer in slaap kon vallen. De droom om Padde of Peter Hajo te zijn hield je wakker. Er werd gelachen en men was aan het avonturieren. Op zoek naar vrijheid en idealen. Ja, ik was daar heel gelukkig.
Maar langzaam werd deze droom verstoord. Bewoners werden afgenomen of gingen weg omdat de omstandigheden te onzeker en te losbandig waren. Een duidelijke structuur waarin de beperkten zich konden ontwikkelen kon niet voldoende geboden werden. Althans volgens de geleerden. De oogsten, waar extra geld mee verdiend moest worden, verrotten op het open veld. Omdat degene die dat verzonnen had het niet verder wilde oppakken. Mijn vader moest er een volledige baan bij nemen om het hoofd boven water te houden. En daarnaast durfde niemand verder zijn verantwoordelijkheid te nemen. Dus verdwenen de idealen in intriges. De Rover verdween in de vergetelheid. Achtergelaten, de oliecrisis trok een te grote wissel op de portemonnee. Opgevreten door de natuur. De oude bakfiets verdween in het niets. Echt op fietsen kon je toch niet, daar was hij te zwaar voor. De pony overleed, als we een van de honden eten moesten gaan geven moest je met je rug ernaar toe de pan neerzetten en heel hard wegrennen anders was jij onderdeel van zijn maal. De kat kreeg jonkies maar die werden verzopen in de sloot omdat we die gewoonweg niet konden verzorgen. Duizenden vlooien sprongen tegen je op zodra je boven een voet op de vloer zette. Het was een beestenbende. Ja, ik werd daar ook ongelukkig.
Terugkijkend op die tijd is het ooit het goede idee in de verkeerde tijd geweest. De idealen waren mooi, maar kwamen te vroeg. In latere jaren zijn de ideeën, om geestelijk en lichamelijk beperkten te laten integreren in de “gewone” maatschappij, alsnog uitgewerkt en gerealiseerd. En het was het mooie ideaal maar door de verkeerde mensen uitgedragen. Afgezien van mijn vader die de spil in het geheel was, waren er louter zweverige draaikonten of losbandige avonturiers. Daarmee kan je geen economie draaiende houden. Ook al is het een micro economie die in Dirkshorn gesticht was en die in het Bedoeninkje gestalten had moeten krijgen. Tegenwoordig heet dat een zorgboerderij. Maar dan klinkt het ook weer zakelijk. Een micro economie. In mijn herinnering was het vooral een avontuur. Het moet ook niets anders worden. Geen economie in welke vorm dan ook. De gezelligheid en de mislukking vormen samen de onmiskenbare herinnering die mij gedeeltelijk heeft gevormd en die ik van mijn leven niet gemist had willen hebben.
Om de situatie te schetsen. Wij woonden in een huis dat eigenlijk niet zo bijzonder was. Wij, in de vorige zin, waren de lichamelijk en geestelijk beperkte mensen die met mijn vader en een aantal anderen mee waren gegaan, of genomen, maar dat is irrelevant, om ergens een leefgemeenschap te gaan beginnen. Tegenwoordig heet dat een zorgboerderij. Zij, dus, woonden in een gewoon huis. Daar haaks op stond een oude paardenstal die mijn vader had omgebouwd tot woonhuis. Alles van hout. Een zitkuil met een honderd tachtig graden bank. Houten meubelen en boven een aantal slaapkamers met op die van ons nog een heel klein slaapzoldertje. Eigenlijk niet meer dan een vloertje vastgespijkerd aan de houten dakspanten waar een matras op lag. En soort eenpersoons huttent vastgeklonken aan het dak. Doodeng vond ik het daar en spannend tegelijk.
Verder op het terrein stonden een aantal oude kippenhokken. En een oude circuswoonwagen. Ook stond er een oud hok waar een soort klein woonhuisje van gemaakt werd. Later waren mijn broers de gelukkigen die daarin mochten slapen.
Het was daar zo gezellig omdat het een avontuur was. Altijd bezig met de bomen en buitenspelen. Natuurlijk gingen we naar school maar daarna was er spel en vertier in de open ruimte. ’s Morgens haalden we aan de overkant bij de boer een kan met verse, warme koeienmelk en aten Cornflakes. Dan werden we naar school gereden in een fantastische Rover P5. Gekocht voor de olie crisis, maar wij bleven daarin rijden toen de oliecrisis ongenadig op ons neer kwam. Het was midden jaren zeventig en dat ding deed drie kilometer per liter. Prachtig hout van binnen, een enorm stuur, heerlijke lederen fauteuils en grote klokken. We voelden ons koningen als we op het schoolplein uitstapten. We speelden op en in een oude bakfiets van een echte bakker. Een grote houten bak op een stalen frame. In de circuswoonwagen woonde iemand maar toch kwam je er graag. We bouwden vlotten van plastic tonnen om in de sloot te varen. Er waren beesten. Een pony, honden, katten. Er waren mensen, altijd. Normaal of beperkt. ’s Avonds werd ons voorgelezen uit de Scheepsjongens van Bontekoe, waarna je nooit meer in slaap kon vallen. De droom om Padde of Peter Hajo te zijn hield je wakker. Er werd gelachen en men was aan het avonturieren. Op zoek naar vrijheid en idealen. Ja, ik was daar heel gelukkig.
Maar langzaam werd deze droom verstoord. Bewoners werden afgenomen of gingen weg omdat de omstandigheden te onzeker en te losbandig waren. Een duidelijke structuur waarin de beperkten zich konden ontwikkelen kon niet voldoende geboden werden. Althans volgens de geleerden. De oogsten, waar extra geld mee verdiend moest worden, verrotten op het open veld. Omdat degene die dat verzonnen had het niet verder wilde oppakken. Mijn vader moest er een volledige baan bij nemen om het hoofd boven water te houden. En daarnaast durfde niemand verder zijn verantwoordelijkheid te nemen. Dus verdwenen de idealen in intriges. De Rover verdween in de vergetelheid. Achtergelaten, de oliecrisis trok een te grote wissel op de portemonnee. Opgevreten door de natuur. De oude bakfiets verdween in het niets. Echt op fietsen kon je toch niet, daar was hij te zwaar voor. De pony overleed, als we een van de honden eten moesten gaan geven moest je met je rug ernaar toe de pan neerzetten en heel hard wegrennen anders was jij onderdeel van zijn maal. De kat kreeg jonkies maar die werden verzopen in de sloot omdat we die gewoonweg niet konden verzorgen. Duizenden vlooien sprongen tegen je op zodra je boven een voet op de vloer zette. Het was een beestenbende. Ja, ik werd daar ook ongelukkig.
Terugkijkend op die tijd is het ooit het goede idee in de verkeerde tijd geweest. De idealen waren mooi, maar kwamen te vroeg. In latere jaren zijn de ideeën, om geestelijk en lichamelijk beperkten te laten integreren in de “gewone” maatschappij, alsnog uitgewerkt en gerealiseerd. En het was het mooie ideaal maar door de verkeerde mensen uitgedragen. Afgezien van mijn vader die de spil in het geheel was, waren er louter zweverige draaikonten of losbandige avonturiers. Daarmee kan je geen economie draaiende houden. Ook al is het een micro economie die in Dirkshorn gesticht was en die in het Bedoeninkje gestalten had moeten krijgen. Tegenwoordig heet dat een zorgboerderij. Maar dan klinkt het ook weer zakelijk. Een micro economie. In mijn herinnering was het vooral een avontuur. Het moet ook niets anders worden. Geen economie in welke vorm dan ook. De gezelligheid en de mislukking vormen samen de onmiskenbare herinnering die mij gedeeltelijk heeft gevormd en die ik van mijn leven niet gemist had willen hebben.
Drugs
Naar aanleiding van de uitzending van Pauw en Witteman over het drugsbeleid, waarbij Job Cohen (burgemeester Amsterdam), Ciska Joldersma (Tweede Kamerlid CDA), Lea Bouwmeester (Tweede Kamerlid PVDA) en Max Daniel (Taskforce Hennepteelt) aanwezig waren, wil ik u de vraag, die ik in dat programma bij het internetdebat ook gesteld heb, nogmaals voorleggen om over de legalisatie van soft- en harddrugs op economische gronden na te denken en mee te nemen in besluitvorming rondom het drugsbeleid. Van hennepteelt tot de eindgebruikers worden zeer veel financiële middelen aangewend om het vooral maar tegen te houden. Een gevecht die we al decennia lang op punten verliezen en waarbij we het aantal gebruikers en verslaafden in landen met nog extremere repressieve maatregelen alleen maar zien groeien.
Zo is het ook met het drugsbeleid. Er is productie van drugs, zie de hennepteelt. Er is import, vanuit landen als Afghanistan, Pakistan, Bolivia, Columbia, enz. Er is handel, getuigen de vele drugsrunners en straathandelaren. Er is verkoop, zie de vele coffeeshops. En er zijn vele gebruikers, zie diezelfde coffeeshops. Wat is er echter werkelijk aan de hand. Er is veel geld gemoeid met de bestrijding van de criminaliteit rondom drugsgebruik. Er is veel geld gemoeid met preventie en voorlichting om er voor te zorgen dat er geen nieuwe gebruikers bij komen of dat huidige gebruikers ontmoedigt worden ermee door te gaan. Er is veel geld gemoeid met discussies en debatten over het drugsbeleid. Maar al de inkomsten uit de productie, verhandeling en consumptie van drugs (afgezien van de paar coffeeshops die afdracht hebben) gaan naar een klein gedeelte drugshandelaren. Die verdienen miljarden aan hun handel terwijl de slachtoffers, de landen waar de drugs terecht komt, geen cent ontvangen. Een oneerlijke strijd.
Wat zijn de bezwaren, tegen het drugsbeleid op dit moment, die het meest gehoord worden?
- Er is veel onveiligheid bij hennepteelt. (20 branden per maand door verkeerde bedrading en brandonveilige behuizing zoals zeecontainers of zolders).
- De enorme bedragen die de handelaren vangen.
- Het witwassen van zwart geld door de onderwereld.
- De enorme toeloop van drugstoeristen.
- Overlast van koeriers en gebruikers.
- Gezondheidsklachten gebruikers.
- Veelvuldig inzet van douane en politie.
Om te beginnen de brandveiligheid of het gebrek daaraan. Met legalisatie kunnen er voorschriften uitgevaardigd worden en opgedragen, de naleving ervan kan gecontroleerd worden door brandweer. Die wordt immers betaald uit de belastingen die geheven worden op drugs. Meneer Daniel sprak van 2 miljard euro wat door de handelaren verdiend wordt aan de export. Als we uitgaan van 52 procent belastingen en taksen dan levert dat 1,04 miljard op voor de schatkist. Lijkt mij een mooi bedrag om mee te beginnen.
Het witwassen van zwart geld door de onderwereld kan in één wet vernietigd worden. Door legalisatie is er immers geen grond meer om in de onderwereld te opereren. Mocht dit, op enigerlei wijze, toch nog actief zijn kan er onderzoek naar plaats vinden en ingegrepen worden. Er is immers geld beschikbaar uit de belastingen die geheven worden op drugs.
De deur zou opengezet worden voor vele drugsgebruikers uit de hele wereld om maar vooral hier hun handel te drijven. Dat levert, mijn inziens, alleen maar meer inkomsten op, gezien de genoemde belastingen. Omdat er geen sprake is van illegaliteit is er ook geen criminaliteit rondom de verkoop, ook al gebeurt dit door toeristen. Als we willen dat er geen toeristen hun drugs hier komen ophalen is het juist van belang nauw samen te werken met het buitenland. De meest ideale situatie zou zijn als ook Europa legaliseert. Beter zelfs zou het zijn als we een mondiale legalisatie krijgen. Daarmee zouden o.a. de cocaboeren in Bolivia en Colombia ook een beter bestaan krijgen en kunnen er milieueisen gesteld worden aan de verbouw en teelt van de verschillende noodzakelijke gewassen.
In de steden is veel overlast van handelaren en gebruikers. Naar mijn mening zou het een grote verbetering zijn als iedereen overal zou mogen roken, slikken of spuiten. Als er speciale locaties zouden komen om hun roesmiddelen tot hun te nemen haal je gebruikers van straat. Het rookverbod zou aangepast moeten worden in die locaties. Het is werkelijk absurd dat in een coffeeshop een rook verbod is. Wat is anders de functie van een coffeeshop. En handel op straat zou niet meer bestaan omdat het overal verkrijgbaar is. Softdrugs in de “supermarkt” en soft- en harddrugs bij de “slijter”. Het grote voordeel hiervan is dat er inkomsten gegenereerd worden uit de verhandeling van drugs, wederom in de vorm van belastingen.
De angst dat er een explosie zal komen van drugsgebruikers is nooit bewezen, er is immers nooit een legalisatie geweest, dus is die stelling simpelweg niet toetsbaar. Bij de introductie van het gedoogbeleid is het gebleken dat er minder gebruikers hun weg naar de drugs gevonden hebben. Althans, minder dan in de omringende landen en minder dan gevreesd werd. Dit is mede te danken aan de drang van mensen om nieuwsgierig te zijn naar vooral de verboden middelen in het leven. Als het open en bloot op tafel ligt hebben mensen geen behoefte meer om te experimenteren. In landen waar de repressieve maatregelen nog vele malen erger zijn dan hier (bijvoorbeeld de Verenigde Staten) is het aantal gebruikers aanzienlijk meer dan hier. Bij de “Drooglegging” in de twintiger jaren van de vorige eeuw is zelfs de maffia geboren. Repressie helpt niet.
De angst dat de gezondheid in het gedrang komt omdat er meer mensen gaan gebruiken en verslaafd zullen worden is niet gegrond. Ten eerste omdat het dus niet bewezen is of kan worden dat er een toename zou zijn van drugsgebruikers. En ten tweede omdat het probleem niet bij de drugs vandaan komt, maar bij de illegaliteit. Op dit moment is het niet mogelijk om veel gebruikers te bereiken, omdat ze niet bekend zijn. Doordat ze in de illegaliteit terecht komen is het op het gebied van gezondheid niet te controleren. Met alle gevolgen van dien. Bij legalisatie kan niet alleen de opvang van gebruikers of verslaafden geregeld EN betaald worden. Er kan op voorhand ook voor de gevaren gewaarschuwd worden via reclame en voorlichting, welke betaald worden uit de inkomsten uit de consumptie, productie en verhandeling van drugs.
Dit softe beleid levert aan de ene kant inkomsten op, in de vorm van belastingen, aan de andere kant zal het minder kosten met zich meebrengen. Er is minder brandweer inzet nodig bij de bestrijding van de branden in de onveilige hennepteelt. Of in ieder geval minder als in bij bestaande legale industrie. Er is minder politie toezicht nodig bij coffeeshops of op de bekende, niet officiële handelslocaties. De politie zou zich dus meer kunnen richten op andere belangrijkere zaken. Eventueel zou er zelfs op de politie bezuinigd kunnen worden als blijkt dat er weinig werk voor ze overblijft. Douane op Schiphol en in de havens hoeft niet op zoek naar drugsrunners of drugscontainers. Nog even voor de duidelijkheid, het gaat hier om de legalisering van zowel soft- als harddrugs. (We hanteren bij drank ook geen verschil tussen een biertje of een glas wodka). Dus niet om uitbreiding van het gedoogbeleid. Maar een zelfde open behandeling van drugs zoals het ook vorm heeft bij drank en tabak.
Door deze zelfregulering is veel meer mogelijk op het gebied van voorlichting, gezondheidzorg, maar ook het onderzoek naar de gevolgen van het gebruik van drugs. Niet alleen bij jongeren. Ook bij ouderen. Nu wordt bepaalde softdrugs voorgeschreven bij MS-patiënten. Wellicht zijn er anderen vormen van ziekten waarbij het gebruik van drugs pijnverzachtend kan werken. Er komt in ieder geval veel geld vrij om er onderzoek naar laten te verrichten.
Daarnaast zal legalisatie ook de kwaliteit van de verschillende vormen van drugs controleerbaar houden. Door de illegaliteit en de exorbitante winsten die gemaakt kunnen worden bij het versnijden van bijvoorbeeld cocaïne vallen veel slachtoffers die anders gewaarschuwd kunnen worden.
Naar mijn mening zal het nooit helemaal uit te bannen zijn. De handel, de consumptie en de gevolgen. De gevolgen van drugs op de gezondheid, zoals ook bij de uitzending van Pauw en Witteman (van 24 februari) duidelijk werd. Een klein percentage zal er iets aan kunnen overhouden. Dat is een schrikbeeld waar niemand aan wil. Maar dit schrikbeeld is nu ook al aanwezig en hangt als een spook boven de verdere uitbreiding van het bestaande beleid. Dit wordt vaak gezien als legale reden om het beleid om zeep te helpen. Maar die excessen, hoe erg ze ook zijn, zien we ook bij drank. Er overlijden nog steeds vele malen meer (122 keer zoveel per jaar) mensen aan de gevolgen van drank en tabak dan aan drugs. Als we dan de legalisatie op economische gronden beleid maken dan kunnen we met het geld wat hieruit vrijkomt de mensen helpen. Door onderzoek te laten doen naar de gevolgen van de verschillende stoffen in drugs is het wellicht mogelijk deze stof te neutraliseren of eruit te filteren waardoor het niet meer, of minder, verslavend zal werken. Nu is er weinig tot geen onderzoek in verband met de kosten die dit met zich mee brengt.
En dat is toch een raar fenomeen. Laat de drugs zelf betalen voor de gevolgen van het gebruik. Net zoals gebeurt bij drank, tabak en gokken. Over de moraal zou je kunnen twisten, de vraag is dan wel gerechtvaardigd of dit zinvol of noodzakelijk is. Maar dan zouden we nog altijd kunnen profiteren van het onbetwistbare feit dat drugs er altijd is geweest en er altijd zal zijn. Als roesmiddel en ook als medicijn.
Zo is het ook met het drugsbeleid. Er is productie van drugs, zie de hennepteelt. Er is import, vanuit landen als Afghanistan, Pakistan, Bolivia, Columbia, enz. Er is handel, getuigen de vele drugsrunners en straathandelaren. Er is verkoop, zie de vele coffeeshops. En er zijn vele gebruikers, zie diezelfde coffeeshops. Wat is er echter werkelijk aan de hand. Er is veel geld gemoeid met de bestrijding van de criminaliteit rondom drugsgebruik. Er is veel geld gemoeid met preventie en voorlichting om er voor te zorgen dat er geen nieuwe gebruikers bij komen of dat huidige gebruikers ontmoedigt worden ermee door te gaan. Er is veel geld gemoeid met discussies en debatten over het drugsbeleid. Maar al de inkomsten uit de productie, verhandeling en consumptie van drugs (afgezien van de paar coffeeshops die afdracht hebben) gaan naar een klein gedeelte drugshandelaren. Die verdienen miljarden aan hun handel terwijl de slachtoffers, de landen waar de drugs terecht komt, geen cent ontvangen. Een oneerlijke strijd.
Wat zijn de bezwaren, tegen het drugsbeleid op dit moment, die het meest gehoord worden?
- Er is veel onveiligheid bij hennepteelt. (20 branden per maand door verkeerde bedrading en brandonveilige behuizing zoals zeecontainers of zolders).
- De enorme bedragen die de handelaren vangen.
- Het witwassen van zwart geld door de onderwereld.
- De enorme toeloop van drugstoeristen.
- Overlast van koeriers en gebruikers.
- Gezondheidsklachten gebruikers.
- Veelvuldig inzet van douane en politie.
Om te beginnen de brandveiligheid of het gebrek daaraan. Met legalisatie kunnen er voorschriften uitgevaardigd worden en opgedragen, de naleving ervan kan gecontroleerd worden door brandweer. Die wordt immers betaald uit de belastingen die geheven worden op drugs. Meneer Daniel sprak van 2 miljard euro wat door de handelaren verdiend wordt aan de export. Als we uitgaan van 52 procent belastingen en taksen dan levert dat 1,04 miljard op voor de schatkist. Lijkt mij een mooi bedrag om mee te beginnen.
Het witwassen van zwart geld door de onderwereld kan in één wet vernietigd worden. Door legalisatie is er immers geen grond meer om in de onderwereld te opereren. Mocht dit, op enigerlei wijze, toch nog actief zijn kan er onderzoek naar plaats vinden en ingegrepen worden. Er is immers geld beschikbaar uit de belastingen die geheven worden op drugs.
De deur zou opengezet worden voor vele drugsgebruikers uit de hele wereld om maar vooral hier hun handel te drijven. Dat levert, mijn inziens, alleen maar meer inkomsten op, gezien de genoemde belastingen. Omdat er geen sprake is van illegaliteit is er ook geen criminaliteit rondom de verkoop, ook al gebeurt dit door toeristen. Als we willen dat er geen toeristen hun drugs hier komen ophalen is het juist van belang nauw samen te werken met het buitenland. De meest ideale situatie zou zijn als ook Europa legaliseert. Beter zelfs zou het zijn als we een mondiale legalisatie krijgen. Daarmee zouden o.a. de cocaboeren in Bolivia en Colombia ook een beter bestaan krijgen en kunnen er milieueisen gesteld worden aan de verbouw en teelt van de verschillende noodzakelijke gewassen.
In de steden is veel overlast van handelaren en gebruikers. Naar mijn mening zou het een grote verbetering zijn als iedereen overal zou mogen roken, slikken of spuiten. Als er speciale locaties zouden komen om hun roesmiddelen tot hun te nemen haal je gebruikers van straat. Het rookverbod zou aangepast moeten worden in die locaties. Het is werkelijk absurd dat in een coffeeshop een rook verbod is. Wat is anders de functie van een coffeeshop. En handel op straat zou niet meer bestaan omdat het overal verkrijgbaar is. Softdrugs in de “supermarkt” en soft- en harddrugs bij de “slijter”. Het grote voordeel hiervan is dat er inkomsten gegenereerd worden uit de verhandeling van drugs, wederom in de vorm van belastingen.
De angst dat er een explosie zal komen van drugsgebruikers is nooit bewezen, er is immers nooit een legalisatie geweest, dus is die stelling simpelweg niet toetsbaar. Bij de introductie van het gedoogbeleid is het gebleken dat er minder gebruikers hun weg naar de drugs gevonden hebben. Althans, minder dan in de omringende landen en minder dan gevreesd werd. Dit is mede te danken aan de drang van mensen om nieuwsgierig te zijn naar vooral de verboden middelen in het leven. Als het open en bloot op tafel ligt hebben mensen geen behoefte meer om te experimenteren. In landen waar de repressieve maatregelen nog vele malen erger zijn dan hier (bijvoorbeeld de Verenigde Staten) is het aantal gebruikers aanzienlijk meer dan hier. Bij de “Drooglegging” in de twintiger jaren van de vorige eeuw is zelfs de maffia geboren. Repressie helpt niet.
De angst dat de gezondheid in het gedrang komt omdat er meer mensen gaan gebruiken en verslaafd zullen worden is niet gegrond. Ten eerste omdat het dus niet bewezen is of kan worden dat er een toename zou zijn van drugsgebruikers. En ten tweede omdat het probleem niet bij de drugs vandaan komt, maar bij de illegaliteit. Op dit moment is het niet mogelijk om veel gebruikers te bereiken, omdat ze niet bekend zijn. Doordat ze in de illegaliteit terecht komen is het op het gebied van gezondheid niet te controleren. Met alle gevolgen van dien. Bij legalisatie kan niet alleen de opvang van gebruikers of verslaafden geregeld EN betaald worden. Er kan op voorhand ook voor de gevaren gewaarschuwd worden via reclame en voorlichting, welke betaald worden uit de inkomsten uit de consumptie, productie en verhandeling van drugs.
Dit softe beleid levert aan de ene kant inkomsten op, in de vorm van belastingen, aan de andere kant zal het minder kosten met zich meebrengen. Er is minder brandweer inzet nodig bij de bestrijding van de branden in de onveilige hennepteelt. Of in ieder geval minder als in bij bestaande legale industrie. Er is minder politie toezicht nodig bij coffeeshops of op de bekende, niet officiële handelslocaties. De politie zou zich dus meer kunnen richten op andere belangrijkere zaken. Eventueel zou er zelfs op de politie bezuinigd kunnen worden als blijkt dat er weinig werk voor ze overblijft. Douane op Schiphol en in de havens hoeft niet op zoek naar drugsrunners of drugscontainers. Nog even voor de duidelijkheid, het gaat hier om de legalisering van zowel soft- als harddrugs. (We hanteren bij drank ook geen verschil tussen een biertje of een glas wodka). Dus niet om uitbreiding van het gedoogbeleid. Maar een zelfde open behandeling van drugs zoals het ook vorm heeft bij drank en tabak.
Door deze zelfregulering is veel meer mogelijk op het gebied van voorlichting, gezondheidzorg, maar ook het onderzoek naar de gevolgen van het gebruik van drugs. Niet alleen bij jongeren. Ook bij ouderen. Nu wordt bepaalde softdrugs voorgeschreven bij MS-patiënten. Wellicht zijn er anderen vormen van ziekten waarbij het gebruik van drugs pijnverzachtend kan werken. Er komt in ieder geval veel geld vrij om er onderzoek naar laten te verrichten.
Daarnaast zal legalisatie ook de kwaliteit van de verschillende vormen van drugs controleerbaar houden. Door de illegaliteit en de exorbitante winsten die gemaakt kunnen worden bij het versnijden van bijvoorbeeld cocaïne vallen veel slachtoffers die anders gewaarschuwd kunnen worden.
Naar mijn mening zal het nooit helemaal uit te bannen zijn. De handel, de consumptie en de gevolgen. De gevolgen van drugs op de gezondheid, zoals ook bij de uitzending van Pauw en Witteman (van 24 februari) duidelijk werd. Een klein percentage zal er iets aan kunnen overhouden. Dat is een schrikbeeld waar niemand aan wil. Maar dit schrikbeeld is nu ook al aanwezig en hangt als een spook boven de verdere uitbreiding van het bestaande beleid. Dit wordt vaak gezien als legale reden om het beleid om zeep te helpen. Maar die excessen, hoe erg ze ook zijn, zien we ook bij drank. Er overlijden nog steeds vele malen meer (122 keer zoveel per jaar) mensen aan de gevolgen van drank en tabak dan aan drugs. Als we dan de legalisatie op economische gronden beleid maken dan kunnen we met het geld wat hieruit vrijkomt de mensen helpen. Door onderzoek te laten doen naar de gevolgen van de verschillende stoffen in drugs is het wellicht mogelijk deze stof te neutraliseren of eruit te filteren waardoor het niet meer, of minder, verslavend zal werken. Nu is er weinig tot geen onderzoek in verband met de kosten die dit met zich mee brengt.
En dat is toch een raar fenomeen. Laat de drugs zelf betalen voor de gevolgen van het gebruik. Net zoals gebeurt bij drank, tabak en gokken. Over de moraal zou je kunnen twisten, de vraag is dan wel gerechtvaardigd of dit zinvol of noodzakelijk is. Maar dan zouden we nog altijd kunnen profiteren van het onbetwistbare feit dat drugs er altijd is geweest en er altijd zal zijn. Als roesmiddel en ook als medicijn.
Vallende ster
’s Avonds tegen het verscheiden van de dag wandelde ik het laatste rondje met de hond. Het was het koude einde van een warme, bijna zomerse dag, begin oktober. Het gras langs het fietspad was nat van de avonddauw, de hond liep wat te snuffelen. Mijn gedachten gingen naar de afgelopen dag, het gemis van mijn kinderen en het onrecht in mijn leven. Bijna aan het eind van de wandeling keek ik omhoog. Schitterende sterren. Oplichtende hemellichamen tegen een gitzwarte achtergrond. Voor iedere liefde, voor ieder gemis een ster. Alleen het uit en aan knipperen van één lichtje gaf aan dat er een vliegtuig voorbij kwam. Een namaakster op weg naar een verre bestemming. Ik hou niet van namaak bedacht ik mij toen plotseling mijn aandacht werd weggetrokken door een vallende ster. Vlug liep ik te bedenken wat ik wensen zou. Mijn hart liep over van wat ik mij toe zou eigenen. Teveel vallende sterren waren nodig om mijn driften te vervullen. Ferrari’s, grote huizen, horloges, dure audio en video apparatuur in huis en de mooiste leren schoenen in Italiaanse snit. Ik kon zo snel niet bedenken wat ik wilde laten horen bij die ene ster die net mijn leven was binnen komen vallen.
Abrupt kwam er een einde aan mijn gedachten toen mijn schuldgevoel de kop op kwam steken. Waarom wenste ik niet het bijzijn van mijn kinderen, of hun gezondheid, geluk en liefde in hun verdere leven. Waarom wilde ik niet het geluk en gezondheid voor iedereen, wereldvrede en andere niet te vervullen, overpretentieuze wensen. Ik moest ook eerst nadenken voordat ik een wens in vervulling wilde zien gaan. Ik had nog een vallende ster nodig om de eerste wens ongedaan te maken, wilde ik mijn schuldgevoel niet laten ontploffen. Is het immers niet de vader van de gedachte? Of volgens een Freudiaanse verspreking de moeder van de gedachte. Het gebeurt omdat je graag wilt dat het gebeurt. Dat die wensen niet altijd uitkomen bestrijdt de uitspraak overigens. En terecht. Ik moet er niet aan denken dat ik alles kon wensen. Dat zou een leeg bestaan geven en veel te wensen overlaten. Geluk moet ik dichter bij zoeken. Dichter bij mijzelf, dichter bij mijn hart en dichter bij de grond. De koude, vochtige grond. Maar zo belangrijk om met beide benen op te blijven staan. Waarom zijn wensen dan zo belangrijk. Een wens is een eis zonder consequenties. Misschien is een wens wel als die vallende ster. Eerst een lichtpuntje tussen hemel en aarde, maar uiteindelijk niet meer dan een koude steen die verpulverd in het niets. Misschien is een wens wel het onvermogen van mensen om iets te bereiken in het leven. Sterker nog; het is een legitimatie om niets te hoeven bereiken in je leven. Een wens staat het meest dicht bij al datgene dat je ooit zou hebben willen bereiken, maar waar je geen moeite voor hebt willen doen. De wens als doel op zich. Mensen die alles bereiken hebben namelijk geen wensen meer. En waarom is dan een wens zo belangrijk voor ons. Omdat een wens ook hoop betekent. Hoop in bange dagen, hoop op meer, hoop op iets beters, je wenst je immers nooit een erge ziekte toe of financiële ramspoed.
De heldere hemel boven mij was weer tot rust gekomen, de hond klaar met zijn ronde en ik had maar één wens. Ik bleef naar de hemel kijken in de hoop op meer vallende sterren. Een nieuwe vallende ster, een nieuwe wens en vernieuwde hoop.
Abrupt kwam er een einde aan mijn gedachten toen mijn schuldgevoel de kop op kwam steken. Waarom wenste ik niet het bijzijn van mijn kinderen, of hun gezondheid, geluk en liefde in hun verdere leven. Waarom wilde ik niet het geluk en gezondheid voor iedereen, wereldvrede en andere niet te vervullen, overpretentieuze wensen. Ik moest ook eerst nadenken voordat ik een wens in vervulling wilde zien gaan. Ik had nog een vallende ster nodig om de eerste wens ongedaan te maken, wilde ik mijn schuldgevoel niet laten ontploffen. Is het immers niet de vader van de gedachte? Of volgens een Freudiaanse verspreking de moeder van de gedachte. Het gebeurt omdat je graag wilt dat het gebeurt. Dat die wensen niet altijd uitkomen bestrijdt de uitspraak overigens. En terecht. Ik moet er niet aan denken dat ik alles kon wensen. Dat zou een leeg bestaan geven en veel te wensen overlaten. Geluk moet ik dichter bij zoeken. Dichter bij mijzelf, dichter bij mijn hart en dichter bij de grond. De koude, vochtige grond. Maar zo belangrijk om met beide benen op te blijven staan. Waarom zijn wensen dan zo belangrijk. Een wens is een eis zonder consequenties. Misschien is een wens wel als die vallende ster. Eerst een lichtpuntje tussen hemel en aarde, maar uiteindelijk niet meer dan een koude steen die verpulverd in het niets. Misschien is een wens wel het onvermogen van mensen om iets te bereiken in het leven. Sterker nog; het is een legitimatie om niets te hoeven bereiken in je leven. Een wens staat het meest dicht bij al datgene dat je ooit zou hebben willen bereiken, maar waar je geen moeite voor hebt willen doen. De wens als doel op zich. Mensen die alles bereiken hebben namelijk geen wensen meer. En waarom is dan een wens zo belangrijk voor ons. Omdat een wens ook hoop betekent. Hoop in bange dagen, hoop op meer, hoop op iets beters, je wenst je immers nooit een erge ziekte toe of financiële ramspoed.
De heldere hemel boven mij was weer tot rust gekomen, de hond klaar met zijn ronde en ik had maar één wens. Ik bleef naar de hemel kijken in de hoop op meer vallende sterren. Een nieuwe vallende ster, een nieuwe wens en vernieuwde hoop.
Abonneren op:
Posts (Atom)